Op 25 mei 2018 is, in het Apeldoornse stadhuis, door de KNNV werkgroep Sprengen en Beken het boek “De Apeldoornse Grift en haar stroomgebied” gepresenteerd. In dit boek wordt voor 18 sprengenbeken onder andere de flora en fauna kort beschreven. Daarin kon uiteraard de aanwezigheid van de ijsvogel niet ontbreken.
De voorzitter van de Apeldoornse KNNV afdeling werd tijdens de presentatie gevraagd hoe het gesteld was met de populatie van de ijsvogel en dit werd door leden van de KNNV vogelwerkgroep (Vwg) en de KNNV werkgroep Sprengen en Beken (WgS&B) opgepakt. Het eerste idee was om een ijsvogelwand te maken. Inmiddels hebben zich al een aantal enthousiaste leden van de Vwg beschikbaar gesteld en binnenkort zal ook aan de leden van de WgS&B om hun medewerking gevraagd gaan worden.
Uiteraard dienen we af te stemmen met de ecologen van de Gemeente Apeldoorn en Waterschap Vallei en Veluwe en hebben we t.z.t. toestemming nodig voor het betreden en aanpassen van de locaties.
In 2004 heeft de Vwg Oost Veluwe ten behoeve van de Gemeente Apeldoorn al een rapport geschreven ter voorbereiding van het Apeldoornse Waterplan 2005-2015. Het zou interessant zijn om te weten wat er daadwerkelijk van de uitkomsten van dat rapport is uitgekomen. Het rapport is in elk geval een prachtige aftrap voor een vervolg door de KNNV Apeldoorn.

Na de eerste fase van het Waterplan zijn er diverse sprengenbeken hersteld en is daardoor het potentiële leefgebied van de ijsvogels vergroot maar tegelijkertijd zullen er verstoringen hebben plaatsgevonden. De winter van 2017-2018 was bijzonder streng en men neemt terecht aan dat strenge winters funest zijn voor de populatie.
Anderzijds vriezen sprengenbeken zelden dicht aangezien het water uit de sprengkoppen een stabiele temperatuur van 10 a 12 graden Celsius behouden. Of “onze” Apeldoornse ijsvogels ondanks dat toch vertrekken of doodgaan is niet bekend.
Het lijkt een goed plan om alvorens een ijsvogelwand te plaatsen eerst te kijken naar de populatie. Het registreren van een diersoort gebeurt inmiddels ook al in de WgS&B met de beekprik. Elk voorjaar worden ze meerdere keren per week geteld.
Of en hoe dit met de ijsvogels ook zou moeten gebeuren is de vraag.
Er zijn nogal wat problemen bij een inventarisatie van ijsvogels.

• IJsvogels zijn nogal zeldzaam. In geheel Nederland schat men dat er ca. 1000 broedparen waren. Na de strenge winter zijn er waarschijnlijk veel minder. De kans om er een aan te treffen is daarom erg klein.
• Ze zijn moeilijk te spotten. Ze vliegen zeer snel en ongeveer 1 meter hoog boven het water. Op takjes boven het water zitten ze dan doodstil op prooi te wachten.
• Ze zijn bovendien erg schuw en vliegen zo maar honderd meter voor je uit.
• Het vraagt oefening om ze goed te kunnen horen of waarnemen.
Meestal zie je alleen maar een blauw rode vlek aan de zijkant van je gezichtsveld.
• De verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes zijn minimaal.
• Of er sprake is van permanente vestiging en een broedpaar is lastig vanwege het grote foerageergebied.

Al met al een hele uitdaging. Zeker als je een telling regelmatig wilt uitvoeren over een groot gebied als het stroomgebied van de Grift in Apeldoorn.
De algemene voorwaarden voor de ijsvogelpopulatie zijn:
1. Afgeschermde ongestoorde ijsvogelwanden, hoge beekoevers of stronken van omgevallen bomen om te kunnen broeden

2. Open water in de winter

3. Takjes boven het water om te kunnen jagen

4. Voldoende stekelbaarsjes en dergelijke als voedsel

Er is enige tijd geleden al een “ijsvogelbroedplaats” in Zuidbroek, bij Marialust en bij de Koppelsprengen in Ugchelen geplaatst en het is niet bekend hoe dit heeft uitgepakt.

Alvorens er een nieuwe wand geplaatst kan worden is het zinvol om de resultaten van de eerste wanden te evalueren. Inmiddels is er al contact met mensen die de ijsvogelbroedplaats bij Marialust hebben geplaatst.
De activiteiten van de vrijwilligers zullen hoofdzakelijk bestaan uit het monitoren van de ijsvogel en het vinden van meer mensen die de ijsvogels kunnen rapporteren. Hans Coppens van de Vwg zal de registratie van de meldingen op zich nemen.
Er zijn al een aantal “derden” betrokken o.a een natuurfotografe en iemand die inmiddels ook al plannen voor een ijsvogelbroedplaats in Ugchelen heeft.
We zullen het gebied moeten bepalen waar we willen monitoren. Dat zullen we afhankelijk van het aantal medewerkers kunnen aanpassen. Bij voorkeur tellen de medewerkers in hun eigen (woon)gebied. Ook de tijden waarin de ijsvogels paren en nestelen zijn belangrijke parameters.

Deze website is in elk geval al een aftrap voor het project.